Veel bewoners zetten zich in voor hun dorp. Om iets terug te doen, de leefbaarheid en saamhorigheid te behouden of te verbeteren. De meeste doen dat stilzwijgend en onzichtbaar, zoals Siebren Bosma (72 jaar). Hij wilde voetballen. Dat bepaalde zijn loopbaan. Het is maar de vraag of hij anders wel voorzitter van Plaatselijk Belang Nieuweschoot (PBN) was geworden. Na vijf jaar heeft hij de voorzittershamer neergelegd, maar hij blijft zich onverminderd energiek inzetten voor zijn dorp. 

‘Ik ben 100 meter over de Engelenvaart geboren aan de Sydtakke in Rottum, maar grotendeels opgegroeid in Oudeschoot. Na de Mulo ben ik naar detailhandelsvakschool gegaan met de bedoeling de handel in te gaan. 

Naast mijn school was ik als 12-jarig ventje al bakkerventer op de bakfiets en verkocht ik zaterdags huis aan huis brood. Daarna kreeg ik een bijbaantje in de supermarkt. Daar kon ik na mijn diensttijd assistent-bedrijfsleider worden. Mijn vrienden voetbalden bij de Heerenveense Boys. Een zaterdagvereniging. Dat zou niet meer kunnen als ik in de supermarkt ging werken. Ik kreeg toen een baan aangeboden bij Woningstichting Patrimonium in Heerenveen als administratief medewerker. 

‘Ik ben daar opgeklommen tot adjunct-directeur. Na een fusie met een andere woningcorporatie werd ik manager en eindverantwoordelijke. We fuseerden door tot wat nu WoonFriesland is. Door allerlei ontwikkelingen in de loop der jaren ben ik manager wonen, manager vastgoed, accountmanager, regiodirecteur en manager klant en woning geweest. Die laatste twee functies pasten het beste bij mij. Opdrachtgever, eindverantwoordelijke. Dichtbij de klant; dat ik wat voor ze kan betekenen, meer dan alleen huisvesting. Zo hebben we bijvoorbeeld als woningcorporatie  een multifunctioneel centrum in Oudeschoot gerealiseerd.’

Wanneer ben je je gaan inzetten voor het dorp? 

‘Dat is al begonnen in Oudeschoot. Ik ben getrouwd met Dieuwke. Een jaar na ons trouwen zijn wij in Oudeschoot gaan wonen. Daar was Dieuwke bestuurslid van Plaatselijk Belang. Ik was daar secretaris buurtvereniging, secretaris feestcommissie Oudeschoot/Nieuweschoot en secretaris 75-jarig jubileum lager school. We kregen drie kinderen en ik was op de basisschool van de kinderen secretaris van de Medezeggenschapsraad.

‘We zijn 21 jaar geleden verhuisd naar Nieuweschoot. Vrij snel zijn we in de activiteitencommissie gekomen. Dieuwke heeft daarin meer gedaan dan ik, omdat ik door mijn werk maar beperkt tijd had. 

Vijf jaar terug ben ik gevraagd voor het voorzitterschap voor PBN. Ik heb ja gezegd omdat ik nog wel iets voor het dorp wilde betekenen, zoals de samenhang bevorderen. En het voorzitterschap had wel wat raakvlakken met mijn werk zoals het overleggen met de gemeente, voor een groep staan, mensen bij elkaar brengen. 

‘Daarnaast wilde ik mij hard maken voor een dorpskamer. Ik weet door mijn werk hoe belangrijk de gemeenschapszin en de onderlinge verbinding is in een dorp; een centrale ontmoetingsplek kan daaraan bijdragen. In een dorpskamer kunnen mensen terecht voor bijvoorbeeld een kop koffie, een activiteit of een vergadering; en het is een opslagplek voor allerlei materiaal. 

Ik denk ook dat een ontmoetingsplek belangrijk is voor het enthousiasmeren van de jongere bewoners. Je ziet dat veel ouderen actief zijn, maar dat moet een keer overgenomen worden door een volgende generatie. Bij de inrichting van een dorpskamer moeten we daar rekening mee houden; dat de dorpskamer over 15 jaar ook nog aantrekkelijk is voor de bewoners. Maar voordat de dorpskamer een feit is zal dat nog wel een aantal jaren duren.

‘Door de ambtelijke stroperigheid bij de gemeente, allerlei regels, toezeggingen die niet nagekomen werden, gebrek aan communicatie door de Gemeente en de Provincie zijn we pas na anderhalf jaar in een voortraject terecht gekomen. Ik wilde in ieder geval in mijn voorzittersperiode dat het procedureel allemaal geregeld was, zodat we met de voorbereidingen konden beginnen. Helaas is dat niet gelukt. 

Uiteindelijk is het toch bij de Provincie terecht gekomen en die heeft bepaald onder welke condities er een dorpskamer kan komen. Er is nu een werkgroep die zich hiermee bezig houdt, waar ik ook zitting in heb.’

Wat zijn je hobby’s?

‘Ik ben graag buiten en sport veel. Racefietsen, hardlopen en schaatsen met mijn broers, kinderen en vrienden. Ik heb ook lange fietstochten gemaakt, ook in het buitenland. Mijn jongste broer heeft mij ruim 20 jaar terug het hardloopvirus overgedragen. Sindsdien loop ik elk jaar minimaal een marathon in binnen- of buitenland. De laatste was onlangs in mei in Praag. 

’s Winters als er ijs ligt, is schaatsen mijn favoriete sport. Twee keer was ik bedwinger van de Elfstedentocht. Ook de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee heb ik gereden, voor het laatst was dat de 200 km in 2025.

‘Tot mijn 60e heb ik bij de Heerenveense Boys gevoetbald. Daarnaast was ik als scheidsrechter, leider van het jeugdteam (Nederlands kampioen geworden), penningmeester jeugdbestuur, voorzitter jeugdbestuur en als voorzitter hoofdbestuur actief binnen Heerenveense Boys. Momenteel fluit ik nog regelmatig een wedstrijdje bij mijn kleinkinderen. Uiteraard voetballen die bij Heerenveense Boys. Ik heb als voetballer in het vierde team gevoetbald, maar mijn zonen Gerben en Sietze hadden meer talent en hebben vele jaren in het eerste gevoetbald. Mijn dochter Maaike trad in de voetsporen van haar moeder Dieuwke (eredivisie gevolleybald) en werd een verdienstelijk volleybalster.’

Waar ben je trots op?

‘Ik werd voorzitter in coronatijd waarin het contact veelal schriftelijk en op afstand gebeurde. Gelukkig is het gelukt om na die tijd de verbinding met elkaar weer te versterken.

Ik vind het mooi dat niet alleen het bestuur PBN actief is, maar ook veel bewoners in de verschillende commissies. Die commissies kunnen autonoom functioneren zonder ruggespraak met het bestuur. We geven ze de ruimte en vertrouwen, en een keer per jaar leggen ze verantwoording af in de ledenvergadering. De samenwerking in het bestuur en in en met de commissies gaat heel erg goed, iets om trots op te zijn. 

Er zitten veel ambities in de pijplijn, maar de concretisering hiervan valt buiten mijn termijn van voorzitter.’

Wat kan er beter in Nieuweschoot?

‘Zoals ik al gezegd hebt: het contact met de gemeente. Niet dat het aan ons heeft gelegen, maar we zijn niet alleen met de dorpskamer bezig geweest. Er zijn ook heel wat contacten geweest over de verloedering van het pad langs de Engelenvaart, de uitbreiding van het crematorium, de overlast op de begraafplaats, het storten van bagger en natuurlijk het verkeer. Ik kan leven met een nee, maar communiceer in ieder geval! Nijskoat is een gemeenschap van doeners, niet te lang praten, maar doen!

‘Voor de contacten en lopende zaken met de gemeente blijf ik nog actief namens PBN. Dat laat ik nog even niet los. Er staan ook belangrijke zaken op de agenda zoals de Omgevingsvisie die veel consequenties kan hebben voor Nieuweschoot. Ik zie dat daarvoor wel weer nieuwe bewoners opstaan en actief worden.

‘Mijn zorg is ook de Rotstergaastweg. In Heerenveen West komt een nieuwe woonwijk met 2000 woningen. Die mensen gaan ook op pad. De gemeente heeft beloofd de ontsluiting met de A32 te verbeteren, maar de kans dat de Rotstergaastweg als sluipweg gebruikt gaat worden is wel aanwezig. Je zag dat al gebeuren toen de brug over de Engelenvaart en de Rottumerweg in onderhoud was en mensen deze route ontdekten. Tien jaar terug gingen er nog 300 voertuigen per dag door Nieuweschoot. Nu zijn dat er 1000. Dat kan straks een veelvoud hiervan worden, met alle ellende van dien.’

Wat is je favoriete plek?

Ik heb geen specifieke plek. Ik wandel veel in de omgeving. Ik kom overal; het Taconisbos, Oranjewoud, Easterskar. Als ik met mijn hardloopmaatje Wilmar de bossen intrek dan komen we vaak geen mens tegen en dan zeggen we tegen elkaar: wat een rijkdom! In mijn jeugd waren deze bossen privébezit en verboden voor het publiek. Er zijn zoveel mooie plekken in deze omgeving. 

‘Wij hebben een seizoensplek op de camping op Vlieland. Daar gaan we regelmatig naar toe. Zitten we weer in een hele andere omgeving. Heel mooi en we wisselen dit af met onze vakanties in de bergen van Frankrijk.’